Al die maanden had je die ene datum in je hoofd, en dan gaat de dag opeens voorbij en ben je nog steeds zwanger… Wist je dat de meeste vrouwen ná de uitgerekende datum bevallen? Op basis van de termijnecho is de vermoedelijke bevaldatum vastgesteld. Slechts 3% van de vrouwen bevalt ook écht op die datum. Het overgrote deel (ongeveer 70%) bevalt na de uitgerekende datum. Gelukkig bevalt 95% van de vrouwen spontaan vóór de 42 weken. Vanaf 42 weken ben je officieel “overtijd”. Dit wordt ook wel ‘serotien” genoemd en vanaf 42 weken wordt de zorg voor je zwangerschap overgedragen aan het ziekenhuis en de bevalling zal worden ingeleid.

Voordat je 42 weken bent zullen we samen een plan maken waarmee we proberen de inleiding te voorkomen. 

Je kunt kiezen voor een inleiding bij 41 weken, ook zonder medische reden, of om af te wachten tot 42 weken. 

Strippen

Een alternatief om de bevalling op gang te brengen is strippen. Dit is effectief gebleken vanaf 41 weken. 

Vanaf 41 weken kunnen we je proberen te 'strippen' om de kans op natuurlijke bevalling te vergroten. Eerst voelen we via inwendig onderzoek of de baarmoedermond al soepel en is en of er al ontsluiting is. Als dat het geval is dan kan je gestript worden. Bij het strippen woelt de verloskundige met haar vingers de vliezen van de baarmoederwand los. Hierbij komen hormonen vrij (prostaglandines) die nodig zijn om de bevalling op gang te brengen. Sommige vrouwen vinden het strippen vervelend. Andere vrouwen voelen er niet veel van. Door het strippen versnelt de rijping van de baarmoedermond. Als het strippen het gewenste effect heeft, krijg je binnen 24 uur weeën. De verloskundige kan je nog een tweede keer strippen als het de eerste keer geen effect had.

Een wens voor inleiding bij 41 weken betekent vaak een overdracht aan het ziekenhuis. In sommige gevallen kunnen wij ook je bevalling begeleiden. Bijvoorbeeld wanneer je al een beetje ontsluiting hebt en het zo gunstig voelt dat wij de vliezen kunnen breken.

Overdracht aan ziekenhuis

Heb je nog geen ontsluiting, dan moet de baarmoedermond nog verder rijpen en is het plaatsen van een ballonkatheter in het ziekenhuis een optie waarna je verder begeleid wordt door een klinisch verloskundige of arts assistent.

Door de arts-assistent of klinisch verloskundige wordt er bepaald of je in aanmerking komt voor de poliklinisch foleykatheter.

Indien de baarmoedermond nog onrijp is, wat betekent dat er nog geen ontsluiting is, dan wordt een dun rubber slangetje (foley katheter) in de baarmoedermond ingebracht. Dit wordt vaak met een eendenbek (speculum) gedaan. Na plaatsing wordt aan het uiteinde een ballon met een doorsnede van ongeveer 3 cm gevuld met water. Deze ballon zorgt ervoor dat de baarmoedermond rijp wordt. Na het inbrengen van de foleykatheter is er een kans dat er harde buiken ontstaan. De poliklinische Foleykatheter is prettig voor zwangeren omdat je nog thuis kunt blijven en niet gelijk in het ziekenhuis hoeft worden opgenomen.

Of je voor een van deze opties in aanmerking komt bespreken we samen op de praktijk. Informatie om te helpen bij de keuze inleiden vs afwachten vind je via onderstaande links.